Nieuws

Sportparken als pleisterplek voor natuur

Voetbal veld
Bron foto: markusspiske (Pixabay licentie)
Samenvatting
  • Regio
    Nederland
  • Onderwerp
    Natuurinclusief sporten
  • Interessant voor
    Sporters, terreinbeheerders
Bekijk de bronnen
De Nederlandse sportparken bieden volop mogelijkheden om de biodiversiteit te vergroten en klimaatmaatregelen te nemen. De Vlinderstichting pleit er zelfs voor om de natuur volop de ruimte te geven op een sportpark. Door het ecologisch beheer van bermen en grasstroken, door het aanplanten van bomenlanen en hagen en door de aanleg van groene daken op kleedkamers en kantines.

Nederland telt ruim 300 vierkante kilometer aan sportterreinen. Omgerekend is dat 1 procent van het landoppervlak. Veel sportvelden liggen in bebouwd gebied waar het als gevolg van hittestress zomers steeds warmer wordt. Bomen kunnen daarbij voor natuurlijke schaduw en verkoeling in de wijde omgeving zorgen.

Dak- en gevelgroen isoleert gebouwen en zorgt op warme dagen voor een koel binnenklimaat. Natuurgrasvelden blijven beter bespeelbaar bij extreme temperaturen dan kunstgrasvelden, redeneert De Vlinderstichting in de brochure ‘Sport & natuur’. Ook legt een gemiddeld natuurgrasveld l8,8 ton CO2 per jaar vast. Dat is vergelijkbaar met de uitstoot van een huishouden 5 jaar lang voorzien van elektriciteit.

Weinig praktijkvoorbeelden

Provincie Gelderland en sportkoepel NOC*NSF hebben de handschoen samen opgepakt om de komende jaren sportparken natuurinclusiever te maken. Ondanks de behoefte bij sportclubs om sportparken zo aantrekkelijk en plezierig mogelijk in te richten, zijn weinig praktijkvoorbeelden te vinden. Met het inspiratiedocument ‘Natuurinclusief sporten en bewegen bieden de provincie en NOC*NSF handvatten aan gemeenten en sportverenigingen om met natuur aan de slag te gaan.

Om de biodiversiteit te vergroten, heeft de Goorse Mixed Hockey Club in Twente bloemenweides en diverse bomen en struiken aangeplant, variërend van hoogstam fruitbomen, vlinderstruiken tot kruidenrijke bloemsoorten. Ook heeft de club insectenhotels geplaatst om de insecten een schuilplaats te bieden of een plek om stuifmeel en nectar in te verzamelen. Daarnaast heeft de zijkant van het clubhuis een groene gevel.

Microklimaat

Door hoogteverschillen te creëren op sportparken ontstaat variatie in microklimaat. Schuine hellingen worden in de zon snel warm, terwijl het aan de andere kant juist wat koeler is in de schaduw. Ook zijn er plekken waar beschutting kan worden gevonden voor de wind, terwijl op andere plekken de wind juist vrij spel heeft. Reliëf op het sportpark zorgt er daarom voor dat planten en dieren beter bestand zijn tegen wisselende weersomstandigheden.

Door het snoeiafval te benutten voor takkenhopen kunnen vogels, kleine zoogdieren en amfibieën een schuilplaats vinden, voedsel zoeken of nestelen. Andere tips zijn tegels vervangen door groen en het plaatsen van kasten voor vogels en vleermuizen én de aanleg van wadi’s en kikkerpoelen.

Ecologisch beheren

De natuurmaatregelen gaan samen met ecologisch beheer van het terrein. Volgens ecologen is het belangrijk om werkzaamheden gefaseerd en bij droog weer uit te voeren. Daarnaast is het advies om bloeiende planten niet mee te maaien en alleen buiten het broedseizoen te snoeien en eventueel te kappen.

Daarnaast rept de brochure ‘Sport en natuur’ over lokale waterberging. Dat kan onder meer door waterdoorlatende verharding toe te passen op parkeerplaatsen. Overtollig of opgevangen water kan worden hergebruikt voor beregening en het spoelen van toiletten. Groene verlaagde delen van sportparken zijn bovendien geschikt als infiltratiegebied om regenwater te verwerken en de grondwatervoorraad aan te vullen.

Versterken van natuurlijk evenwicht

Monocultuur van grasvelden trekt plaagdieren aan zoals engerlingen en emelten. Engerlingen eten de ondergrondse delen van het gras, emelten het groen. Door in te zetten op behoud en verbetering van biodiversiteit en een natuurlijk evenwicht, speelt de natuur zelf een rol in de beheersing van plagen, zo staat in de brochure van de Koninklijke Vereniging Hoveniers en Groenvoorzieners te lezen.

Spreeuwen, kokmeeuwen en scholeksters ontdoen de grasmat van engerlingen en emelten zonder deze aan te tasten. Ook egels en vleermuizen zijn natuurlijke vijanden. Meer biodiversiteit helpt eveneens bij de bestrijding van de eikenprocessierups. Maar als belangrijkste reden om een sportpark te vergroenen noemt de vereniging de ‘positieve invloed op gezondheid en welbevinden’.

Bronnen

(1)